Ik vader
Melquiades is een klankkast, een soort enorme steeldrum. Ik ben eraan gewend dat het zo is. Het geluid. De ene zoem hoort bij windkracht 2, de andere bij windkracht 4. Die klots komt door een hoge waterstand. Dat geschuur is van een langsvarende vissersboot.
Het is bepaald ruig vandaag in de haven van Barcelona. De landvasten knarsen, er giert een lichte storm door de mast, golfjes kloppen tegen de romp, de straalkachel suist, de stootwillen schurken piepend tegen onze buurboten. Elk geluid op zich zingt door de boot, op elke plek een beetje anders, maar overal hoorbaar. Toch is het stil.
Ik vader. Ik ben óók een klankkast. Iedereen slaapt. Als ik mijn oor op de vloer leg kan ik goed de ritmische snurk van mijn vrouw onderscheiden en het zuchten en dromen van mijn oudste zoon. Ik ben eraan gewend. Achter mij hoor ik iets nieuws, iets, onbekends. Als een ontspoord zijstroompje van een miniscuul beekje dat langs een paar takjes en/of kiezeltjes murmelt. Als het gakken van een piepklein poepig gansje, een niet helemaal goed dichtgedraaide thermoskan. Het is niet mooi waarnaar mijn oren zich spitsen. Het klinkt een beetje krakkemikkig. Gorgelend. Nieuwigheid.
Mijn huis galmt Barcelona windkracht 7. En toch is het stil.
Mijn lichaam galmt mijn nieuwe zoons gepruttel. En toch is het stil.
Heel, heel stil.
Want ze slapen allemaal rustig.
En ik vader gelukkig.
Ik vader.
wat heerlijk….
zucht
j
Wat fijn om dit te lezen. Je bent een lieverd!